 |
WelkomSamenleven met een boer is anders samen leven. Privé en zakelijk zijn onafscheidelijke met elkaar verbonden. Het bedrijf is overal en bedrijvigheid is er altijd, 7 dagen per week en vele uren per dag.
Over dit boerenleven, onze eigen ambities, het gezin, de economische vooruitzichten wisselen wij, de vrouwen van de boer, graag met elkaar van gedachten.
Uw meningen, stellingen en ideëen worden zeer op prijs gesteld.Meest recente discussies
Onderwerp
Aantal reakties
Belevenis Sjoukje Postma - Een poosje geleden zijn wij met de agrarische jongeren wezen koeknuffelen. Toen ik het programmaboekje kreeg, moest ik er eigenlijk wel een beetje om lachen. Wie gaat er nou eigenlijk met een koe knuffelen?
Dat zal dan wel een koe zijn die een beetje minder valide is of een koe die al van jongs af aan tussen de mensen is. Voor alle duidelijkheid onze koeien zijn niet erg bang, maar om nou met zo’n beest te gaan knuffelen?
Maar dit zou een speciale ervaring worden. De opkomst was groot en we werden warm onthaald, iedereen was erg nieuwsgierig. Voordat we de stal in gingen kregen wij allemaal een overall. laarzen en een rood kieltje. Een beetje lacherig gingen we met zijn allen de stal in. Na een korte introductie mocht iedereen door het stek tussen de koeien. En dat waren er schat ik zo in wel een 150! Iedereen zocht een mooie koe uit, eentje waarvan je dacht hier wil ik wel even lekker mee knuffelen. En wat een ervaring, sommigen lagen echt boven op de koe, geweldig. De koeien vonden het prima.
Eerlijk is eerlijk het was erg grappig en leuk!
Nieuws
Terwijl vele marktexperts blijven benadrukken dat de melkproductie door een wereldwijd groeiende vraag, in de nabije toekomst de consumptie niet zal kunnen bijhouden, is het een feit dat de melkmarkt momenteel aan het instorten is. Dat werd vorige week vrijdag tijdens de EMB bestuursvergadering zonder meer duidelijk.
Doordat de melkproductie wereldwijd gestegen is met 4% , terwijl de consumptie slechts 1% is toegenomen, is er sprake van een overaanbod aan melk dat grote invloed heeft op de spotmarkt, de zuivelcontractbesprekingen en de algehele melkprijsontwikkeling. Voor volle melk werd vorige week op de Duitse spotmarkt 21 cent betaald terwijl magere melk slechts 10 cent opbracht. De melkverwerkers in Duitsland geven bovendien aan dat ze verwachten dat de melkprijs snel onder de 27 cent zal zakken.
Ook in Oostenrijk ontvingen de spotmelkers van de ene op de andere dag 10 cent minder per liter voor hun melk terwijl in Italië het verschil tussen melk voor Grana Padano en Parmezaanse kaas en melk voor ‘gewone’ zuivelproducten, nooit groter is geweest: maar liefst 28 cent in plaats van de gebruikelijke 5 cent verschil.
Het verlies aan melkgeld is in grote delen van de EU al 15% terwijl de kosten zijn geëxplodeerd. Uit cijfers van het Ierse landbouwministerie blijkt dat de kosten voor het produceren van een liter melk 6 cent hoger liggen dan in 2009. Een berekening die door Italiaanse cijfers wordt bevestigd die aangeven dat de prijzen van soja en energie beide met 15% zijn gestegen, de prijzen voor diesel met 25% en de prijs van kunstmest met 40%. Tevens liggen er nu al meer zuivelproducten in pakhuizen, dan er vorig jaar in een heel jaar werden opgeslagen.
Men vreest dat het effect van deze melkcrisis (die ons ook in Nederland gaat raken - we leven niet op een eiland), nog wel eens veel groter, en voor de melkveehouders desastreuzer en langduriger kan zijn, dan de crisis van 2009. Die toch een absoluut dieptepunt betekende voor de Europese melkveehouders terwijl het hoge winsten (en bonussen) opleverde voor de andere schakels in de zuivelketen.
Nu verklaarde Kees ’t Hart, directeur van FrieslandCampina, in december vorig jaar nog dat hij de melkmarkt positief tegemoet zag; de Nederlandse melkveehouders hoefden niet te vrezen voor een veel lagere melkprijs in 2012 (hoewel er ook in 2011 geen sprake is geweest van een kostendekkende melkprijs). Petje af als dat lukt. Vooral omdat de prestatie van FrieslandCampina in de vorige melkprijscrisis in 2009, gemiddeld lager uitviel dan de gemiddeld uitbetaalde Europese melkprijs. Ondanks het pakket aan toegevoegde waarde producten bij de grootste coöperatie van Europa.
We moeten tevens constateren dat de Europese overheid sinds 2009 geen enkel marktinstrument heeft ingevoerd dat op korte termijn een melkprijscrisis kan afwenden. Aan monitoring van de markt wordt niets gedaan waardoor ook deze crisis de dames en heren beleidsmakers volledig is ‘overkomen’. Daarnaast ligt het interventieniveau nog steeds op een bedroevend laag niveau – 21 cent- wat geen enkel verband heeft met de productiekosten voor melk en geen enkele werkelijk positieve invloed uit kan oefenen op de marktontwikkelingen. Ik ben overigens sowieso geen voorstander van interventie op de manier zoals die nu wordt uitgevoerd, omdat deze voorraden vooral de kas spekken van de Europese Unie (opkopen op dramatisch laag niveau en verkopen op hoger niveau), waarbij de voorraden de opbrengstprijs van melk bij verkoop drukken, ten nadele van de melkveehouders.
En net als in 2009, heeft de Europese Commissie zijn incompetentie om marktgericht te reageren op wereldwijde marktsignalen, bewezen door per 1 april jl. het melkquotum uit te breiden met 1% in het kader van de ‘zachte landing’. Zodat de markt opnieuw extra wordt belast met melk waarvoor nu geen koopkrachtige markt te vinden is. De EMB riep de Europese Commissie en de individuele lidstaten op om deze uitbreiding uit te stellen tot de markt zich weer heeft herstelt. Daarop werd niet gereageerd en heeft men de melkmarkt actief verder in de problemen gebracht.
Al deze zaken beschouwend, wordt het hoog tijd om de hervormingsvoorstellen van de EMB ten aanzien van de zuivelmarkt, in te voeren. Zodat melkveehouders een gelijkwaardige positie in de markt kunnen innemen en op adequate wijze kunnen reageren op marktontwikkelingen. Zodat de markt stabieler, duurzamer en eerlijker wordt. Om de doelstellingen ten aanzien van de Hervorming van het EU zuivelbeleid inhoud te geven. Want praatjes vullen geen gaatjes.
Op de ledenavonden presenteren we de nieuwe rapporten die in opdracht van DDB en EMB door juristen en economen zijn opgesteld. Ze geven een inkijk in de werking van de coöperatie en de positie van het lid daarbinnen. Wat de rapporten vooral aantonen, is dat het aloude idee dat nog steeds bij politici heerst, waarbij het lid als eigenaar van de coöperatie zijn directe invloed kan laten gelden om zo het beleid van de coöperatie te beïnvloeden, allang achterhaald is. Dat neemt niet weg dat er geen veranderingen binnen de coöperatieve structuur mogelijk zijn om een deel van die zeggenschap en betrokkenheid weer bij de leden te krijgen. Het zijn rapporten die de DDB na de ledenavonden ook graag met bestuurders van coöperaties wil bespreken. Niet om de zwarte piet toe te spelen, maar vooral om de positie van de coöperatieve melkveehouders in de zuivelketen te verbeteren. Want de conclusie van de EU High Level Group on Milk betreffende de ondergeschikte positie van melkveehouders, betrof alle melkveehouders en niet alleen melkveehouders die aan particuliere melkfabrieken leveren. Alle redenen voor een open gesprek, lijkt me. De leden reageren positief op de uitgewerkte rapporten. De discussie- en vragenrondes op de vergaderingen zijn langer dan ooit door het aantal inhoudelijke vragen, suggesties en voorstellen om mee te nemen en aanvullend uit te laten zoeken. Geweldig!
Dat maatschappelijke groeperingen zich ook steeds meer bezig houden met de landbouw, blijkt onder andere uit het symposium in Denemarken, het “6th European Organic Congress” op 17 en 18 april waarvoor ik uitgenodigd ben als spreker. Veel maatschappelijke organisaties gaan zich daar in workshops gedurende twee dagen bezig houden met het ontwikkelen van een duurzaam GLB. En daarbij horen ook eerlijke verhoudingen en een kostendekkende opbrengstprijs. Want dat zijn zaken waar het ‘oude’ GLB niet meer aan voldoet. Terwijl andere schakels in de keten goede rendementen maken, worden primaire producenten standaard onderbetaald. Mijn bijdrage richt zich op die problematiek.
Dat dit niet alleen een probleem is voor Europese melkveehouders of voedselproducenten, was mij al een poosje duidelijk, maar dat met de ontwikkeling van de Braziliaanse melkveehouderij weer precies dezelfde problemen ontstaan, geeft toch wel aan dat oplossingsgerichtheid niet van de overheid moet komen: via de EMB ben ik uitgenodigd om eind augustus een lezing te houden aan de Universiteit van Goiás, een belangrijke melkleverende regio in Brazilië. Om een idee te krijgen van de problematiek aldaar en de melkprijzen, ontving ik een paar uitvoerige beschrijvingen van de ontwikkeling van de melkveehouderij. En de parallellen met onze problemen zijn er te over: de overgang door de overheid naar liberalisatie, het opjagen door de overheid en de zuivelindustrie van de melkveehouders naar meer productie, terwijl de melkprijs achterblijft bij de kosten… Het klinkt bekend. Alleen zijn de Braziliaanse melkveehouders zich bewust van het feit dat meer melken nog geen hogere winsten betekenen. Daarom willen ze van de EMB graag horen wat de problemen zijn die wij binnen ons systeem in de EU kennen. Om daar op in te spelen en een beter melkprijssysteem af te kunnen dwingen. Slim. Ik kan niet anders zeggen.
Misschien dat de melkveehouders in Brazilië wel één front kunnen vormen en hetzelfde belang nastreven voor hun achterban. Een zaak die in de EU niet het geval is, waardoor we al jarenlang uitgespeeld kunnen worden en onze rendementen, marges en macht hebben zien wegebben. Te zijner tijd zal ik u meer vertellen over de melkveehouderij in Brazilië.
Een sterk programma met aansprekende sprekers, levert een betrokken publiek op met kopstukken uit de zuivelsector. Aanwezig waren, naast een groep DDB-leden en collega-melkveehouders, de voorzitters en vicevoorzitters van drie grote Nederlandse zuivelcoöperaties, collega-belangenbehartigers in de melkveehouderij, managers uit de zuivelindustrie en afgevaardigden van het landbouwministerie en het Productschap Zuivel.
Het bestuur van de DDB ziet daarmee terug op een geslaagd zuivelsymposium dat een breed zuivelpubliek heeft weten te interesseren
Positieve markt
Zowel plaatsvervangend voorzitter van het Productschap Zuivel, de heer Kees Wantenaar, als de Secretaris-generaal van de Europese koepel van de zuivelindustrie EDA de heer Joop Kleibeuker,zien de toekomst voor de zuivelsector positief tegemoet. Een wereldwijd groeiende vraag naar zuivel door de toename van de welvaart die groter is dan de groei van het aanbod, zijn in hoofdzaak reden voor die positieve opstelling. De heer Kleibeuker benaderde dat voor hem het belangrijkste was dat de spreekwoordelijke ‘koek’ van de zuivelafzet voor de Nederlandse- en Europese zuivelsector groter zou worden. Hij stelde, hoewel voorzichtig, dat belang nog boven het belang van een evenredige verdeling van dez
e ‘koek’.
Oproep
De DDB heeft in haar presentatie alle schakels in de zuivelketen uitdrukkelijk opgeroepen om met hun lobby in Brussel niet te rechtlijnig alleen het eigen belang van hun schakel in de zuivelketen na te jagen, maar het belang van de totale zuivelsector in het oog te houden. Zij kunnen bij hun lobbywerkzaamheden in Brussel, het belang van eerlijke marktregels die voor iedere schakel in de keten tot een rechtvaardig rendement leiden, ondersteunen om ervoor te zorgen dat iedere marktdeelnemer door scherpe en transparante marktregels dezelfde concurrentiepositie heeft.
Bovendien is dat het uitgangspunt van het in Nederland en de EU beoogde duurzaam, maatschappelijk ondernemen.
Monitoring keten
Een monitoringsagentuur die de kostprijs van melk en alle, voor de melkprijs, relevante marktbewegingen registreert en coördineert is daarbij beslist noodzakelijk om te kunnen toetsen of de doorgevoerde wijzigingen in het EU zuivelbeleid leiden tot een zuivelsector met een versterkte positie voor de melkproducent.
Dat het lid van een zuivelcoöperatie daarbij ook zelf een verantwoordelijkheid heeft binnen zijn zuivelcoöperatie werd door de heer Teunis Sterk, voorzitter van zuivelcoöperatie Deltamilk, nadrukkelijk naar voren gebracht.
Discussie
In de levendige discussie na de sprekers, stelde één van de aanwezigen dat de grootste vijand van de melkveehouders, in de zaal zat. Dat ontlokte een ander DDB-lid na thuiskomst zaterdag, een andere reactie; volgens hem was de grootste vijand van de melkveehouders zaterdag thuis aan het werk gegaan in plaats van dat hij het symposium bezocht. Daar heeft dit lid een punt: alleen als we ons als melkveehouders zichtbaar betrokken tonen bij onze toekomst, hebben we kans onze belangen doorgevoerd te krijgen. De DDB-leden krijgen daarvoor een tweede kans:
Ledenavonden
In de maand april houdt de DDB ledenavonden door het hele land waar de uitkomsten van het DDB symposium en de toekomstige stappen van de DDB verder worden toegelicht om te zorgen voor een versterkte positie van de Nederlandse melkproducent. Binnenkort ontvangen alle DDB-leden een uitnodiging voor de ledenavonden waar twee nog niet eerder gepubliceerde rapporten over de positie van de producent in de Nederlandse zuivelketen, worden besproken. Informatie die niet in het zuivelsymposium ter sprake is gekomen maar essentieel is voor de toekomstige DDB- lobby. Alle reden om op de lednavonden te komen, vindt u ook niet?
De veronderstelling dat de toekomst voor de Europese zuivelsector door een groeiende wereldbevolking positief kan zijn, wordt door de DDB niet betwist. Echter, een groeiende afzet van zuivel is nog geen garantie voor producenten van melk, dat zij door deze groeiende afzet hun deel van de ‘koek’ zullen ontvangen. Immers, ondanks de enorme groei van de Nederlandse zuivelindustrie in vermogen, invloed en omvang in de laatste decennia, zijn de melkproducenten in Nederland er in diezelfde periode drastisch op achteruit gegaan. De kritieke melkprijs ligt al meer dan tien jaar beneden de opbrengstprijs, de schuld van de Nederlandse melkveehouders bij de Rabobank is in deze tien jaar meer dan verdubbeld terwijl het rendement op eigen vermogen op het nulpunt ligt.
Melkprijs en kostprijs
Uit de cijfers van de heer Poppe, econoom en onderzoeker bij het LEI - Wageningen, blijkt dat de kostprijs voor melk de komende jaren waarschijnlijk verder zal toenemen, opnieuw alle reden om er voor te zorgen dat melkproducenten een eerlijke prijs voor hun product uitbetaald krijgen. Een doelstelling die, via de nieuwe marktordeningsvoorstellen in het GLB met extra mogelijkheden voor producentenorganisaties, meer mogelijkheden biedt dan het tot nu toe gepresenteerde Melkpakket. Hoewel ook in het Melkpakket voor coöperatieve melkproducenten, nieuwe kansen liggen, aldus mevrouw Greetje van Heezik, jurist bij Houthoff Buruma en gespecialiseerd in Europese en nationale mededingingsregels en de Europese landbouw- en marktordeningsvoorschriften.
Afgelopen week stemden de EU Landbouwministers, na het EU Parlement, in met het Melkpakket Daarmee liggen de contouren van het toekomstige EU zuivelbeleid wel zo’n beetje vast. Voor veel melkveehouders is echter nog volstrekt onduidelijk wat het gewijzigde zuivelbeleid inhoudt en wat het voor hun bedrijfsvoering gaat betekenen. Want wat betekenen de wijzigingen voor de, grotendeels coöperatief georganiseerde Nederlandse melkveehouders, nu coöperaties in het nieuwe zuivelbeleid worden vrijgesteld van de plicht om met hun leden te onderhandelen? Welke belemmeringen leveren de Mededingingswet en de Nma nog op? En hoeveel kans van slagen heeft een Nederlandse producentenorganisatie in de onderhandelingen, als 95% van de melkveehouders niet mag onderhandelen over zijn/haar melkprijs? Om over de toekomst van de spotmelkers nog maar te zwijgen.
“Wat een klungelig resultaat”, was het commentaar van de voorzitter van de European Milk Board (EMB) Romuald Schaber, die namens de Europese melkveehouders reageerde op de recent door het Europees Parlement aangenomen Zuivelresolutie (“Melkpakket”).“De aangenomen resolutie voorziet in contracten tussen melkproducenten en zuivelverwerkers, maar de contracten zullen niet in heel Europa verplicht worden gesteld. Dat zal behoorlijke instabiliteit teweegbrengen in de zuivelmarkt, want nu kunnen de verwerkers de melkproducenten tegen elkaar blijven uitspelen. Producentenorganisaties kunnen namens de producenten onderhandelen, dat is op zich een goede zaak, maar er mag per organisatie slechts 3,5% van de totale melkproductie in Europa gebundeld worden, en niet meer dan 33% van de hoeveelheid die nationaal geproduceerd wordt. Dat is veel te weinig.”
Schaber geeft uitleg over de belangrijkste details van de resolutie. Als onderhandelingspartners hebben de zuivelverwerkers een marktaandeel dat in sommige gevallen al drie keer zo groot is als de in de resolutie gestelde limiet van 3,5%, waardoor de verwerkers in die onderhandeling altijd overmacht zullen hebben. Daarbij wordt het door de verschillende bepalingen in de resolutie voor de leden van zuivelcoöperaties juist extra moeilijk om een producentenorganisatie namens hen de onderhandelingen te laten voeren.
Schaber benadrukt dat de nieuwe regels geen enkele garantie geven voor een gezonde markt, ook al zijn er enkele bepalingen die enigszins in de goede richting gaan. “Positief is bijvoorbeeld, dat in de uitwerking van de resolutie gesproken wordt over een Europees prijsmonitoringsinstrument. Maar nadere uitleg hierover wordt niet gegeven. Bovendien suggereert de naam “prijsmonitoringsinstrument”, dat alleen prijzen gemonitord zullen worden,” aldus Schaber. Maar dat is onvoldoende. De kostprijs van melk, het aanbod en de vraag moeten ook vastgelegd worden door dit monitoringsinstrument. Naast de functie van marktobservatie moet het monitoringsinstrument ook de taak krijgen om in te grijpen in die markt, om onbalans zoveel mogelijk tegen te gaan.
Zoals elk huis op een solide fundament gebouwd moet zijn, heeft de zuivelmarkt ook een goed raamwerk nodig, dat ervoor zorgt dat alle partijen op een faire manier met elkaar kunnen omgaan, zonder dat één van de partijen te dominant wordt.
Het Melkpakket dat nu is aangenomen biedt dit raamwerk niet. Het bevat geen ondubbelzinnige verbeteringen voor de Europese melkveehouders; in plaats daarvan verankert het Melkpakket de Europese melkveehouders nog dieper in hun toch al zwakke marktpositie. Voor de EMB is het overduidelijk dat het zuivelbeleid drastisch verbeterd zou moeten worden, in het belang van consumenten en producenten. De Europese melkveehoudersorganisatie zal, samen met andere maatschappelijke organisaties, blijven doorgaan met het doen van constructieve voorstellen en de Europese politici op hun verantwoordelijkheden blijven wijzen.
|
 |