 |
WelkomSamenleven met een boer is anders samen leven. Privé en zakelijk zijn onafscheidelijke met elkaar verbonden. Het bedrijf is overal en bedrijvigheid is er altijd, 7 dagen per week en vele uren per dag.
Over dit boerenleven, onze eigen ambities, het gezin, de economische vooruitzichten wisselen wij, de vrouwen van de boer, graag met elkaar van gedachten.
Uw meningen, stellingen en ideëen worden zeer op prijs gesteld.Meest recente discussies
Onderwerp
Aantal reakties
Belevenis Sjoukje Postma - Een poosje geleden zijn wij met de agrarische jongeren wezen koeknuffelen. Toen ik het programmaboekje kreeg, moest ik er eigenlijk wel een beetje om lachen. Wie gaat er nou eigenlijk met een koe knuffelen?
Dat zal dan wel een koe zijn die een beetje minder valide is of een koe die al van jongs af aan tussen de mensen is. Voor alle duidelijkheid onze koeien zijn niet erg bang, maar om nou met zo’n beest te gaan knuffelen?
Maar dit zou een speciale ervaring worden. De opkomst was groot en we werden warm onthaald, iedereen was erg nieuwsgierig. Voordat we de stal in gingen kregen wij allemaal een overall. laarzen en een rood kieltje. Een beetje lacherig gingen we met zijn allen de stal in. Na een korte introductie mocht iedereen door het stek tussen de koeien. En dat waren er schat ik zo in wel een 150! Iedereen zocht een mooie koe uit, eentje waarvan je dacht hier wil ik wel even lekker mee knuffelen. En wat een ervaring, sommigen lagen echt boven op de koe, geweldig. De koeien vonden het prima.
Eerlijk is eerlijk het was erg grappig en leuk!
Nieuws
We krijgen in het begin van dit nieuwe jaar veel tegengestelde berichten over de situatie in de zuivel- en landbouwsector te horen. Terwijl de FAO er vanuit gaat dat we een rustige marktsituatie tegemoet gaan in de zuivelsector, zien we op de site van globaldairytrade dat de wereldwijde zuivelcontracten voor de komende maanden over de grote linie lager worden afgesloten. Bovendien laten veel landen en regio’s weten dat ze de melkproductie op willen voeren. (Ierland wil zelfs tot 2020 de productie verdubbelen) wat zeker tot oplopende druk op de markt zal leiden.
Het bericht dat we in Nederland een structurele overschotscapaciteit hebben voor dagverse melk waardoor een zeer scherpe concurrentie is ontstaan, dient onze belangen als Nederlandse melkveehouders daarbij ook al niet.
Nu de periode naar 2015 steeds korter wordt en er nog steeds geen zicht is op hoe het toekomstige zuivelbeleid er uit zal zien mag je je afvragen hoe de markt zich werkelijk zal ontwikkelen. Of hoe men bij de Europese Commissie denkt dat men in de toekomst adequaat op marktveranderingen kan reageren . Zonder markt monitoring gaat het volgens ons niet. Toch lijkt de Europese Commissie die kant echt op te willen gaan, want ze willen alleen de aangeleverde volumes gaan bijhouden. Verder gaat hun idee van ‘monitoring’ niet, terwijl de markt door meer factoren wordt bepaald.
Het gebrek aan goede monitoring van bijvoorbeeld de kostenopbouw zorgt er voor dat naïeve mensen zich door de huidige melkprijs op het verkeerde been laten zetten. Uit de LTO melkprijsvergelijking blijkt dat we op een recordhoge melkprijs afsteven voor het melkjaar 2011/2012. Maar hoe de kosten voor de melkproductie zich in dezelfde periode hebben ontwikkeld, daar kan men slechts naar gissen. Op die cijfers moeten we nog lang wachten. En zo lang niet duidelijk is hoe hoog de kosten zijn geweest in dezelfde periode, kan je aan de hoogte van de melkprijs geen conclusies verbinden.
Het afgelopen jaar publiceerde het LEI naast een actualisatie van de ketenrendementen, o.a. een onderzoek waaruit bleek dat we al meer dan tien jaar een melkprijs beneden de kritieke melkprijs ontvangen. Het verbaasde menigeen, want zo slecht was het toch niet gegaan? En we hadden toch ook ‘goede’ melkprijsjaren gehad, de afgelopen tien jaar? Terwijl we onze schuldenlast bij de banken in diezelfde periode gemiddeld minimaal verdubbelden. Ook al een signaal dat het de melkveebedrijven aan cashflow ontbrak.
Het wordt hoog tijd dat we eens gaan meten wat we willen weten. Dat lijkt me ook een heel goede zaak voor al die politici en ambtenaren die zonder deze achtergrondinformatie menen dat ze uitspraken kunnen doen over de hoogte van de melkprijs in relatie tot de financiële situatie in de melkveehouderij.
Dat meten moet dan wel op een adequate manier gebeuren - dus onafhankelijk en bedrijfseconomisch verantwoord, binnen een redelijke termijn - dus niet met een vertraging van 2 á 3 jaar zoals nu het geval is, en voor de gehele EU. Dan kunnen we niet alleen de markt beter inschatten, we kunnen ook tijdig maatregelen nemen om een crisis als in 2009 te voorkomen.
Het zijn deze thema’s die we op de EMB persconferentie tijdens de Güne Woche in Berlijn gaan toelichten. Bovendien hebben we daar een gesprek met Dacian Ciolos, de EU Landbouwcommissaris, over de hervorming van het landbouwbeleid. Dit gesprek met Ciolos voert het EMB bestuur samen met maatschappelijke organisaties die steeds meer oog krijgen voor onze visie: eerlijke, kostendekkende prijzen en transparantie in de keten.
In Zwitserland zijn onze collega’s en betrokken journalisten ook druk bezig met ‘meten is weten’: uit de aangeleverde cijfers uit verschillende bronnen blijkt dat er grote verschillen zitten in wat de zuivelindustrie publiceert voor wat betreft het verhandelde aandeel melk in A-, B- en de C-melkprijscategorie, en wat uit de uitbetaling blijkt. Zo stelt de zuivelindustrie dat ze niet meer dan 77% van de melk als A-melk hebben verkocht terwijl dat volgens de producentenorganisaties 82% moet zijn en volgens de overkoepelende brancheorganisatie (BOM) 90%. En aangezien A-melk de hoogste opbrengstprijs heeft, maakt dat zeker verschil voor het inkomen van de melkveehouders. Omdat de zuivelindustrie en de BOM weigeren om openheid van zaken te geven, is de transparantie ver te zoeken.
En zo zijn er meer zaken aangaande de zuivelsector in Zwitserland die aardig scheef lopen en argwaan bij pers en boeren opwekt. Het gebrek aan transparantie is het resultaat van een slecht ingevoerd en te controleren zuivelbeleid waarbij het grenzeloos vertrouwen van politici in ‘de vrije markt’, de melkveehouders in een zeer ondergeschikte rol heeft gebracht. Ondanks producentenorganisaties en contracten.
Alleen wanneer je de markt en dus ook de kostprijs gaat monitoren, kan je de transparantie krijgen die je wilt in de markt.
Het is één van de doelstellingen van de DDB en de EMB die we voor 2015 willen hebben gerealiseerd: transparantie in de markt door het invoeren van een goed en compleet monitoringsysteem. Daar heeft iedere schakel in de keten uiteindelijk belang bij.
I n de nieuwsbrief van december vindt u een artikel over de voortgang van de hervorming van het zuivelbeleid in de VS. Het is een omstreden wetsontwerp wat momenteel in het House of Representatives en de Senaat wordt besproken. Zo is het opvallend dat deze hervorming voor de melkveehouders geen verbetering inhoudt maar een aanzienlijke verslechtering van de inkomenspositie, terwijl de hervormingsvoorstellen in het debat zijn gebracht doordat de inkomens van de Amerikaanse melkveehouders zo zeer te lijden hebben gehad onder de prijsfluctuaties. Op 10.11.2011 publiceerde het Amerikaanse weekblad Zuivelweek, de resultaten van een analyse door wetenschappers van de Universiteit van Wisconsin over de potentiële impact van de Dairy Security Act op het inkomen van de melkveehouders. Ze brachten daarvoor een differentiatie aan over vier categorieën bedrijven: melkveebedrijven met minder dan 250 koeien kunnen een inkomensverlies verwachten van 24%, bedrijven tot 500 koeien een inkomensverlies van 61%, bedrijven tot 2000 koeien verliezen 44% inkomen en de melkveebedrijven met meer dan 2000 koeien kunnen een inkomensverlies van 34% verwachten. Deze studie heeft critici en grote melkveehoudersorganisaties een impuls gegeven om met alternatieve voorstellen te komen om de boerenmelkprijzen en de gehele sector te stabiliseren. Wordt vervolgd, dus.
In Zwitserland is het begrip ‘boterbergen’ weer helemaal terug, terwijl er in Noorwegen geen pakje roomboter meer te koop is. Extreme bedragen rouleren op internet voor één pakje boter. En dan zie je dat de markt toch wat ingewikkelder in elkaar steekt dan menig handelaar ons wil doen geloven. Want het is toch apart dat de handel niet in dit gat wist te springen?
In 2012 wil ik u graag door middel van deze weblog blijven informeren. Over bijvoorbeeld de bijdrage van de EMB aan de Grüne Woche die op 19 januari wordt geopend en waar de EMB een persconferentie houdt én de organisaties die met Faire melk in de supermarkten zijn gekomen een stand hebben. Om consumenten (want het is een echte consumentenbeurs) te wijzen op het bestaan van De faire melk en ze te laten proeven.
Ook zullen we de gesprekken met landbouwministers en Europarlementariërs voortzetten vanaf begin 2012 en staan er al weer reizen gepland voor lezingen en conferenties over de hele wereld.
Dat er behoorlijke verschuivingen in de melkveehouderij zijn te verwachten in 2012, is duidelijk. Het Melkpakket zal zijn uiteindelijke vorm krijgen nadat dit eerst in het Europese Parlement nog wordt bediscussieerd. En de productschappen in Nederland lijken hun langste tijd te hebben gehad. Wie hun taken dan uit gaat voeren en of dit voor de Nederlandse boeren een verbetering zal zijn, is nog zeer de vraag.
De DDB bereidt momenteel de ledenavonden en andere activiteiten voor de Nederlandse melkveehouders en geïnteresseerden voor. Maar daarover later meer.
Voor nu wens ik u een gezond en voorspoedig 2012 toe!
Sieta van Keimpema, voorzitter
NAJK ziet veel agrarische bedrijven eindigen, omdat er geen opvolger is. Tegelijkertijd zijn er veel jongeren die heel graag boer willen worden, of graag mee willen werken op een bedrijf en een samenwerking aan willen gaan of zelfs het bedrijf willen overnemen. Reden genoeg om boeren zonder opvolgers en agrarische jongeren zonder bedrijf bij elkaar te brengen, zowel binnen als buiten Nederland.
Een bedrijf overdragen of overnemer is een complex proces en gaat niet van vandaag op morgen. Des te belangrijker dat boeren al in een vroeg stadium aangeven dat ze een opvolger zoeken. Op die manier kunnen boer en potentiële opvolger elkaar goed leren kennen en hebben ze voldoende tijd om in die samenwerking tot een contract te komen en uiteindelijk het bedrijf weer een nieuwe toekomst te geven.
Het is blijkbaar ‘het gat in de markt’: fair trade, en biologisch. Tenminste dat zou je denken als je de marketing voor deze producten (door overheid en handel) bekijkt. Menig supermarkt heeft in zijn aanbod tegenwoordig een forse lijn fair trade en biologische producten opgenomen.
Prima nieuws voor de aanbieders van deze producten, zou je denken. Business is booming! Dat fair trade voor supermarktinkopers echter ook gewoon handel is die op het scherpst van de snede wordt bedreven, werd me echter door een aantal voorvallen in de afgelopen weken weer pijnlijk duidelijk.
In oktober j.l. was ik als spreker te gast op een symposium in Gent met als thema: “Faire handel in de EU, waarom niet?” Voorafgaand aan deze avond, sprak ik kort met iemand uit het publiek die me het volgende verhaal vertelde: “Een aantal jaren geleden was er een groep biologische boeren bezig met het plan om supermarkten te openen waar alleen biologische en fair trade producten zouden worden verkocht. Alles was al in kannen en kruiken: de financiering was rond, locaties waren uitgezocht, toen één van de initiatiefnemers, laten we hem Bert noemen, werd benaderd door een manager van een grote Belgische supermarktketen, Colruyt.
Colruyt wilde met deze groep boeren in zee om “supermarkten met biologische producten in België te openen, die ook door u kunnen worden beleverd”. Toen Bert aan de manager van Colruyt uitlegde dat Colruyt niet meer met biologische supermarkten hoefde te beginnen omdat zij dat al helemaal rond hadden en op het punt van starten stonden, werd door de manager aan Bert fijntjes medegedeeld dat Colruyt zeker zijn plannen voor biologische supermarkten door zou zetten en dat hij van het topmanagement de toezegging had gekregen dat hij in de eerste drie jaar, een negatief bedrijfsresultaat mocht behalen. Colruyt zou, om concurrenten uit de markt te weren, de producten voor lange tijd onder de inkoopsprijs aanbieden.
In de wetenschap dat zij deze mogelijkheid niet hadden, heeft de boerengroep van Bert vervolgens besloten hun plan voor een biologische supermarktketen op te geven. Colruyt heeft inmiddels meerdere biologische supermarkten in België. Dat is bovendien een misleidende term gebleken omdat een groot deel van de aangeboden producten, niet biologisch zijn terwijl de klanten in de veronderstelling zijn dat alles wel biologisch is”. Aldus het relaas van de dame in het publiek.
Voor biologische melkveehouders is de biologische zuivelmarkt al even scheef als de zuivelmarkt voor gangbare melkveehouders. Zij krijgen weliswaar hun meerkosten ( die door dezelfde mensen en instanties worden berekend die tegelijkertijd beweren dat je geen gemiddelde kostprijs voor melkproductie kunt berekenen) als extra op de gangbare prijs, maar dit blijkt nog steeds niet genoeg te zijn om een positief resultaat te behalen aldus de LEI rapportage over tien jaar negatieve marges door melkprijzen onder de kritieke opbrengstprijs. De kosten voor biologische melkproductie steeg nog sneller dan die voor de gangbare melkproductie. Kosten die niet aan de biologische melkveehouders worden uitbetaald.
Kort geleden is De faire melk in Nederland in de C1000 gelanceerd. Geen dagverse melk of karnemelk zoals eerst de bedoeling was, maar chocolademelk met fair trade keurmerk. En dat was ook nog een behoorlijk zware dobber. Omdat supermarktketens helemaal niets hebben met ‘fair trade’ als ze er niet zelf veel beter van worden. En zo lang andere aanbieders van melk in hun concurrentieslag, zuivelproducten zoals dagverse melk vér benden kostprijs aanbieden om in het schap te kunnen blijven staan, veranderd er aan deze schadelijke ‘graaicultuur’ in de handel niets.
Het is behoorlijk ontluisterend als dergelijke voorbeelden de revue passeren. En met eerlijke handel hebben ze helemaal niets te maken. De huidige systematiek in onze voedselketens maken het echter voor handel, industrie en retail mogelijk om op een dergelijke manier om te gaan met voedsel en voedselproducenten.
De politiek is aan zet. Zij zijn in staat de systematiek in onze productieketen te veranderen. Dat de politici zich dat zelf wel degelijk realiseren maar het hen aan lef ontbreekt om deze verantwoordelijkheid op zich te nemen, bleek al meerdere malen in onze gesprekken.
De onderhandelingen in de Trioloog hebben tot nu toe geen resultaat opgeleverd. De partijen worden het steeds niet eens. Misschien begint het besef dat voedselproducenten met betere instrumenten versterkt moeten worden binnen het handelssysteem, nog op tijd door te dringen bij de beleidsmakers. Zodat eerlijke handel eindelijk eens inhoud en toegevoegde waarde krijgt voor de producenten van voedsel.
Het leek er vorige week op dat er belangrijke besluiten zouden worden genomen over het Melkpakket. Niet alleen zou er over de oorsprongsbepaling een besluit worden genomen, maar ook over bijvoorbeeld de inhoud van een monitoringsagentschap of contracten. Voor de EMB belangrijk genoeg om gesprekken aan te vragen met parlementsleden van de Landbouwraad die daarover een besluit nemen.
We hebben de parlementariërs nog een keer heel duidelijk de EMB-positie uitgelegd en aangegeven dat een monitoringscommissie zonder kostprijsbepaling voor de melk en het monitoren van de totale markt (en dus niet alleen bijhouden wat de aangeleverde hoeveelheid melk per EU-lidstaat is, zoals de landbouwministerraad voorstelt – iets wat al jaren wordt bijgehouden en dus geen verbetering is en ook niets te maken heeft met het monitoren van de markt), voor de EMB geen optie is.
Ook contracten zijn zonder de kostprijsberekening, geen cent waard. Dan zal de melkprijs op een heel laag niveau uitkomen is de verwachting. Doordat de prijsafspraken niet bindend worden.
Onder de particuliere melkverwerkers in Frankrijk begint het inmiddels flink te rommelen. Ze vinden dat ze benadeeld worden omdat zij wel contracten af moeten sluiten met hun aanleverende melkproducenten, terwijl de coöperatie een vrijstelling daarvan van de EU krijgt. Nu is het plan van de EU om aan die vrijstelling wel voorwaarden te verbinden. Zo moet de coöperatie met haar leden een zelfde soort van overeenkomst sluiten als de particuliere fabrieken.
Voor melkproducenten ziet het er echter beide keren niet goed uit. De aangeboden contracten door particuliere verwerkers grijpen zo extreem in, in het vrij ondernemerschap (toestemming van de fabriek vragen wanneer u uw bedrijf wilt uitbreiden, verkopen, overdoen aan de opvolging enz.) dat de EMB momenteel een lijst maakt van deze excessen in contracten, die we willen aanbieden aan landbouwpolitici en parlementariërs. Zij zijn verantwoordelijk voor het toekomstig zuivelbeleid en moeten zich realiseren waar hun, tot nu toe halfslachtige plannen, toe leiden.
Op vrijdag sprak een EMB/FMB delegatie waar ik deel van uitmaakte, met de rechterhand en de adviseur van de Vlaamse landbouwminister. Onder andere kwam de oorzaak ter sprake van, zoals zij het noemden “het afschaffen van het landbouwbeleid”. Het zijn volgens hen de NGO’s geweest (maatschappelijke en milieu organisaties) die met een stevige lobby in Brussel de subsidies aan de kaak hebben gesteld en gezorgd hebben voor een fors verlies van de toeslagen. Bovendien hebben zij samen met de liberalisatielobbyisten sterk aangedrongen op afschaffing van quotaregelingen en het opheffen van de grensbescherming. Alles vanuit de veronderstelling dat Derde Wereldlanden zo gemakkelijker toegang krijgen tot onze markten en hun producten hier concurrerend af kunnen zetten.
Inmiddels hebben de NGO’s spijt als haren op hun hoofd, want ze hadden geen rekening gehouden met het effect van het dumpen van overschotten die door het gebrek aan volumeregulering absoluut zullen ontstaan. Ook waren ze zich onvoldoende bewust van de efficiëntie van de Europese landbouw die daardoor op prijs kan concurreren met Derde Wereldlanden (het kostprijsniveau ligt in deze landen hoger dan in de EU). Het zal een dure vergissing voor alle boeren worden, is de verwachting.
Het Vlaamse landbouwministerie is één van de ministeries die aangedrongen heeft op een evaluatie van de zachte landing in de melkveehouderij, nog voor de afschaffing van de melkquotering. We hebben er op aangedrongen dat ze zich dan niet met oppervlakkige informatie laten verleiden tot overhaaste conclusies. Het beoordelen van de kostprijs per bedrijf is daar een goed voorbeeld van.
Die varieert per bedrijf soms zeer sterk. Dat hoeft niet direct te betekenen dat de bedrijven die het laagst in de kostprijs zitten, de beste boeren zijn: in deze groep zitten ook de oudere melkproducenten zonder opvolger die hun leningen grotendeels hebben afbetaald en hun bedrijf binnen enkele jaren gaan verkopen. Terwijl in de hoge kostprijsgroep ook relatief veel jonge boeren zitten die net het bedrijf hebben overgenomen en investeringen hebben gedaan in de toekomst van het bedrijf. Wie dan roept dat de hoogste kostprijsboeren maar moeten verdwijnen, praat als een kip zonder kop.
Die term viel ook in relatie tot de investeringsdrang van grote groepen melkveehouders in Vlaanderen. Vlaanderen kent een subsidieregeling voor nieuwbouw (zonder al te veel extra voorwaarden aan de stal) en het landbouwministerie stelt met verbijstering vast dat de subsidieaanvragen in Vlaanderen zijn geëxplodeerd: veel melkveehouders verdubbelen hun stal. Terwijl volgens de topambtenaren daar helemaal geen aanwijsbare markt voor lijkt te zijn. Dat in Nederland en Duitsland ook al zo extreem is uitgebreid was niet bepaald een geruststelling voor de Vlaamse landbouwambtenaren.
Al met al hebben we goede gesprekken gevoerd, de afgelopen week. We voeren die gesprekken zodat de beleidsmakers van ons weten wat we willen na 2015. We leggen ze uit dat afschaffing van de huidige quotering geen probleem hoeft te zijn als de melkproducenten zelf, in een monitoringscommissie zoals de EMB die voorstelt (dus met alle marktpartijen, een kostprijsberekening en onderhandelingen over het volume op basis van die kostprijs) geen probleem hoeft te worden.
Liberalisatie van de zuivelsector moet de liberalisatie van de financiële wereld niet achterna gaan.
Daarvoor is voedselproductie te belangrijk. En de spreekwoordelijke ezel stoot zich niet twee maal aan dezelfde steen. Toch?
Sieta van Keimpema, voorzitter
|
 |