Fosfaattop of flop?

Eensgezindheid in de sector om voor de melkveehouders zo snel mogelijk te komen tot de garantie van een nieuwe derogatie, was de doelstelling van DDB voorzitter Sieta van Keimpema toen zij op een symposium te Joure, 22 september jl. alle vertegenwoordigers van de sector opriep om “bij elkaar te gaan zitten, zichzelf op te sluiten in een hok en er pas uit te komen als we een eensgezind plan hebben over hoe de derogatie te behouden”. Met één stem zou de sector daarna staatssecretaris Van Dam kunnen overtuigen hoe de derogatie veiliggesteld zou moeten worden.

Dat LTO deze eensgezindheid niet nastreeft en verdeeldheid in de sector lijkt te willen benadrukken blijkt uit het feit dat LTO de op een na grootste belangenbehartiger voor de melkveehouders, de DDB, niet uitgenodigd heeft voor de zogenoemde “fosfaattop” die maandagavond 14 november plaats zal vinden.

Een gemiste kans op meerdere terreinen vindt de DDB: door de DDB uit te sluiten ontneemt de vergadering zich de nodige verdieping in de problematiek die alleen bereikt kan worden door een probleem van vele kanten te belichten. Deze verdieping in de discussie is zeer noodzakelijk nu de vergadering in grote mate zal worden bepaald door de input van partijen die al jaren niet tot een oplossing hebben kunnen komen. Het waren immers LTO en NZO die een aantal jaren geleden staatssecretaris Dijksma overtuigden van hun slagvaardigheid om te voorkomen dat het fosfaatplafond zou worden overschreden. Een hopeloos mislukte missie.

Nu de zwarte Piet toespelen aan Brussel, als zou het Nitraatcomité hoofdschuldige zijn bij het blokkeren van een oplossing is onwaar en onwaardig: het was de Nederlandse overheid die het fosfaatplafond heeft aangedragen met als referentie 2002 om aan de Nitraatrichtlijn te voldoen en het was aan de Nederlandse overheid om dit beleid te borgen met maatregelen en controles.

Zowel de Nederlandse overheid als NZO en LTO hebben met hun laakbaar optreden en hun lobby voor afschaffing van de melkquotering en het stimuleren van de groei van de Nederlandse melkproductie de huidige problemen én de financiële schade die eruit voort vloeit, veroorzaakt.

De input die de DDB had kunnen leveren aan de discussie, bevat onder andere de achtergrondinformatie die de DDB heeft opgedaan in twee gesprekken met het Nitraatcomité in respectievelijk september 2015 en maart 2016. Tevens heeft de DDB met haar visie over de ontwikkelingen van de zuivelmarkt na afschaffing van de melkquotering en de risico’s voor Nederland bij het overschrijden van het fosfaatplafond, de situatie in de zuivelsector vroegtijdig en juist geïnterpreteerd.

Het was tevens de DDB die als eerste met een uitvoerbaar plan is gekomen voor de besteding van de 23 miljoen euro uit Brussel, om de fosfaatproductie via een melkveereductieplan (slacht- of exportpremie) in een kort tijdsbestek te kunnen verminderen.

Terwijl de DDB na het eerste hulppakket uit Brussel al aandrong op een opkoopregeling voor de melkveehouderij om zo weer onder het fosfaatplafond te komen. Daar door kon ook de generieke korting voor melkveehouders die niet gegroeid zijn worden beperkt of zelfs voorkomen. Ook de oproep om via een noodwet een standstill te bewerkstelligen, is een constructieve bijdrage van de DDB aan de discussie geweest – vooral gezien het feit dat dit wel degelijk uitvoerbaar is via het juridisch kader (Interimwet beperking varkens- en pluimveehouderijen in 1983/1984).

Omdat er bij de DDB als tweede belangenbehartiger voor melkveehouders geen sprake is van gebrek aan representativiteit of gebrek aan visie en kennis van de problematiek om aan het overleg deel te nemen, blijft slechts de conclusie over dat LTO op grond van persoonlijke gronden deelname van de DDB in de weg staat. Het is juist deze emotioneel, instabiele onvolwassenheid waar de sector nu niet op zit te wachten. Een zakelijke opstelling, waarbij alle representatieve vertegenwoordigers van de melkveehouderij in het overleg betrokken worden, is een vereiste! Eendracht maakt macht.

Het beperken van de economische schade voor de melkveehouders, indien de Nederlandse melkveehouderij niet snel de fosfaatproductie weet te verlagen en met aanvaardbare voorstellen komt bij het Nitraatcomité om een volgende derogatie veilig te stellen, behoort leidend te zijn.

LTO kiest helaas voor haar eigen dubieuze agenda waarmee ze de sector opnieuw en onnodig slecht vertegenwoordigd.

De DDB heeft zich in haar tienjarig bestaan altijd opengesteld voor het overleg, ook met niet gelijkgestemden, en heeft in die overleggen altijd blijk gegeven van een constructieve en oplossingsgerichte opstelling en input.

De DDB zet haar belangenbehartiging voor haar leden onverminderd voort: de voorzitter van de DDB zal aanstaande dinsdag 15 november in een gesprek met Jean Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, onder andere nalatigheid van overheden jegens hun burgers (en in dit geval boeren) aan de orde stellen. En ook aangaande het behoud van derogatie staat het nodige op de agenda.