Kostendekkende melkprijs voor Nederlandse melkveebedrijven verder weg dan ooit !

Actuele berekeningen van de productiekosten voor melk tonen aan dat kloof tussen opbrengstprijs en kostprijs groter wordt
Opnieuw heeft de Dutch Dairymen Board opdracht gegeven aan het Duitse Bureau voor Landbouwsociologie (BAL) om de productiekosten voor een kilo melk te berekenen voor het volledige jaar 2015.

Wat blijkt uit de gepresenteerde cijfers over 2015 is dat grotere bedrijfsstructuren – een productiewijze die regelmatig wordt aangedragen als oplossing om goed te kunnen functioneren in een “vrije markt” – geen oplossing is tegen te lage opbrengstprijzen. Ook bij deze grotere bedrijven is de kloof tussen de opbrengstprijs en de kostprijs fors. Met een onderdekking van maar liefst 30%, lijdt de melkveehouderij grote verliezen.

Geen positief effect op kosten door afschaffing melkquotering

Wat tevens blijkt uit de kostenberekening, is dat er geen enkel positief effect is te meten in de hoogte van de kostprijs door het wegvallen van de quotumkosten: dit argument is door de voorstanders van de afschaffing van het melkquotum steeds verkondigd!

Kostprijs 44,50 cent

De actuele berekening van BAL toont aan, dat met een gemiddelde melkprijs van 30,75 cent per kg en een kostprijs van 44,50 cent per kg, er een tekort aan melkgeld wordt geregistreerd van bijna 15 cent.
De situatie heeft zich in de loop van 2016 nog verder verscherpt. Er moeten zeer snel oplossingsgerichte marktinstrumenten worden geïmplementeerd in het zuivelbeleid tegen de overproductie, die reden is voor de grote financiële schade voor melkveebedrijven. De huidige marktinstrumenten bieden aantoonbaar geen oplossingen voor melkveehouders.
Vrijwillig minder melk produceren – een slim instrument om de markt te stabiliseren
Vrijwillig minder melk produceren is een goed instrument om het melkvolume dat het marktevenwicht verstoort, in bedwang te krijgen. Als deze vrijwillige maatregel wordt ondersteund met een financiering van de overheid voor de deelnemers, kan men rekenen op een grote bereidwilligheid onder de Europese melkveehouders om deel te nemen. Omdat het dan voor niemand verlies oplevert.

Deze maatregel is zowel voor veel dan wel minder producerende landen een goed alternatief door de vrijwillige basis voor het verminderen van het volume. Als de financiële tegemoetkoming hoog genoeg is, kan met deze maatregel genoeg volume van de markt worden ingehouden om de markt te stabiliseren en in het verlengde, de melkprijs op de weg terug naar boven te helpen. Een resultaat dat voor alle Europese melkveehouders verlichting zal brengen.

Het instrument richt zich er op om schadelijke effecten door overproductie, te voorkomen door de overproductie in zijn geheel niet te melken. Dan hoeft men ook niet meer terug te vallen op ineffectieve marktinstrumenten zoals interventie en private opslag door de Europese overheid, die aantoonbaar geen oplossing bieden in de huidige crisis en markt.

Of een EU lidstaat nu grote of kleine melkveebedrijven heeft doet er niet toe: de melkveehouderij is in economisch opzicht voor de totale EU van belang. In het kader van het EU zuivelbeleid, zoals geformuleerd in de doelstellingen van het GLB, behoren de Europese Commissie en de nationale regeringen er voor te zorgen dat in geheel Europa melkveehouderij blijft bestaan. Dit om werkgelegenheid in en rondom de melkveehouderijsector te garanderen en om de voedselzekerheid voor de Europese burgers veilig te stellen middels een goed en gevarieerd levensmiddelenpallet. Het is de vraag wanneer de Europese beleidsmakers deze doelstelling weer serieus nemen.

Details betreffende de kostprijsstudie, vindt u in de bijgesloten datasheets betreffende de productiekosten voor Nederlandse melk. Lees meer.
Deze kostenstudie wordt door de DDB samen met de EMB in opdracht gegeven bij het Duitse Büro für Agrarsoziologie.