1. Doelstellingen
Net als bij de Lissabonstrategie is de looptijd van EU 2020 tien jaar. In tegenstelling tot de Lissabonstrategie heeft de EU 2020-strategie een beperkt aantal kerndoelen die onderling met elkaar samenhangen. De regeringsleiders van de EU-lidstaten zijn het tijdens de Europese top van 25 en 26 maart 2010 eens geworden over de volgende doelen:
-
Meer onderzoek en ontwikkeling
Investeringen in onderzoek van overheid en bedrijven moeten stijgen tot 3 procent van het bruto nationaal product.
-
Meer werkgelegenheid
In 2020 moet 75 procent van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar betaald werk verrichten.
-
Groene economische groei
De 20/20/20-doelstellingen moeten worden gehaald: de uitstoot van broeikasgassen moet met 20 procent worden verminderd ten opzichte van 1990, de energie-efficiëntie moet met 20 procent zijn verhoogd en 20 procent van de energie moet op duurzame wijze worden opgewekt.
Voor twee andere thema's zijn nog geen concrete doelstellingen afgesproken. Hierover vergadert de Europese Raad in juni 2010 verder. Dan spreken de regeringsleiders ook voor de volgende onderwerpen cijfermatige doelen af:
-
Bevorderen van sociale insluiting
Het aantal Europeanen dat op de grens van de armoede leeft moet worden verminderd.
-
Onderwijsniveau verhogen
In 2020 moeten minder jongeren vroegtijdig de school verlaten. Daarnaast moet een groot deel van de jongeren een diploma in het hoger onderwijs halen.
Deze doelstellingen moeten door de lidstaten vertaald worden in nationale doelen. Die nationale doelen verschillen per lidstaat en zijn afhankelijk van de startpositie van elk land. De lidstaten zelf krijgen ook een grotere rol in de evaluatie van de vorderingen. Bij de Lissabonstrategie werd de evaluatie vooral gedaan door de Europese Commissie.
In het voorstel voor de EU 2020-strategie zijn geen sancties opgenomen voor landen die de doelstellingen niet halen. Het Europees Parlement vindt dat een tekortkoming in de plannen.
2. Het Nederlandse standpunt
Het Nederlandse kabinet reageerde in maart 2010 positief op de presentatie van de EU 2020-strategie. Vooral de nadruk die in de strategie wordt gelegd op groei en werkgelegenheid, met een centrale plaats voor sociaal- en duurzaamheidsbeleid, zorgde daarvoor.
Het kabinet had wel een aantal kritische kanttekeningen. De Nederlandse regering verzet zich tegen speciale doelstellingen op het terrein van armoedebestrijding en sociale insluiting. 'Het beste middel tegen armoede is werk,' aldus het kabinet. Volgens premier Balkenende is de strijd tegen armoede een zaak voor lidstaten zelf en niet voor de Europese Unie.
3. Meer informatie
Strategie van Lissabon i
Website van de Europese Commissie over de EU 2020-strategie (en)