Nitraatcomité: Geen onderhandelingen met Nederland over volgende derogatie Mestproductie moet eerst onder plafond

De derogatie neigt inmiddels bijna naar een verloren zaak. Alleen als Nederland heel snel orde op zaken weet te stellen, is de derogatie misschien nog te redden. Dat is de Dutch Dairymen Board (DDB) en Innovatief uit de Knel (IudK) op 23 november duidelijk geworden in een gesprek met een afvaardiging namens het Nitraatcomité in Brussel -hierna te noemen Nitraatcomité.

Het Nitraatcomité is zeer bezorgd over de derogatie voor de Nederlandse veehouderij. Qua tijd en procedures die nog doorlopen moeten worden, is het inmiddels bijna onhaalbaar geworden de derogatie zeker te stellen. De Nederlandse overheid weet al twee jaar van het overschrijden van het fosfaatplafond, maar heeft nog altijd geen effectief plan van aanpak ingevoerd om de mestproductie te reduceren. Het geduld van ‘Brussel’ raakt op. Het Nitraatcomité laat weten dat de mestproductie eerst onder het plafond moet worden gebracht, alvorens er onderhandeld kan worden over een nieuwe derogatie voor de periode 2018 – 2022. Momenteel wordt er derhalve niet door het Nitraatcomité met de Nederlandse overheid onderhandeld over een volgende derogatie.

Het comité vreest dat de tijd wel eens te kort kan worden voor Nederland om zijn derogatieplan op de rit te zetten. Wanneer Nederland zijn derogatie verliest, mag er in plaats van 250 / 230 kg N per ha nog 170 kg N uit dierlijke mest worden aangewend.

Het comité maakt zich onder meer grote zorgen over de verdeeldheid van de sector en daarmee het gebrek aan draagvlak voor de voorgestelde maatregelen. Via de media wordt de berichtgeving hierover nauwlettend gevolgd, aldus het Nitraatcomité. Brussel hecht aan draagvlak binnen de sector voor maatregelen. De huidige verdeeldheid kan Nederland gemakkelijk de derogatie kosten. Het stoort het Nitraatcomité dat sectorpartijen de zwarte piet soms doorschuiven naar Brussel, wanneer zij het oneens zijn over maatregelen. Terwijl het de lidstaten zelf zijn, die het maatregelenpakket samenstellen. “Wij leggen alle relevante stakeholders graag uit hoe onze regelingen in elkaar zitten en wat de verantwoordelijkheden zijn van ‘Brussel’ en de lidstaten zelf. Daar zijn wij open in,” aldus het Nitraatcomité.

De Dutch Dairymen Board heeft het Nitraatcomité geïnformeerd over de onjuiste rapportages betreffende de waterkwaliteit door de Nederlandse autoriteiten. Zo worden in sommige rapportages de natuurlijke achtergrondconcentraties en nutriënten uit andere bronnen, bij de landbouw meegeteld. Verder blijkt dat de regio’s met milieuproblemen, geregeld niet dezelfde regio’s zijn waar de veehouderij zich bevindt. Ook hebben de Dutch Dairymen Board en Innovatief uit de knel het Nitraatcomité inzage gegeven in de monitoring op derogatiebedrijven. Daaruit blijkt dat de milieudoelstellingen relatief vaak worden gehaald op deze bedrijven.

De Dutch Dairymen Board en Innovatief uit de Knel zijn voorstander van een regionale of bedrijfsspecifieke aanpak van milieuknelpunten. Alleen dan kunnen knelpunten effectief en bij de bron worden aangepakt. Nu krijgen alle veehouders generieke maatregelen opgelegd, ongeacht of zij de milieudoelstellingen wel of niet halen. En ongeacht of zij wel of niet de veroorzaker zijn van het overschrijden van de milieunormen. Het comité heeft notie genomen van de punten die de DDB en IudK onder de aandacht hebben gebracht. Het is echter aan een lidstaat zelf om te kiezen voor een generiek mestbeleid of een regionale aanpak.

Het comité geeft aan zich te hebben verdiept in het stelsel van fosfaatrechten dat de Nederlandse overheid per 2018 wil invoeren. Dit stelsel moet volgens het comité worden beschouwd als een ‘safeguard’ die moet voorkomen dat de mestproductie boven het plafond uitkomt. Ingevoerde maatregelen moeten daarnaast ook bijdragen aan de milieudoelstellingen, en dat doet het stelsel van fosfaatrechten niet direct. Het comité stelt dat hiernaast dus extra maatregelen ingevoerd moeten worden om toe te werken naar de doelen voor waterkwaliteit. Deze extra maatregelen zullen door Nederland zelf moeten worden geformuleerd.

De Dutch Dairymen Board en Innovatief uit de Knel willen weten hoe het comité aankijkt tegen maatregelen die in sommige andere landen worden genomen voor de derogatie. Zo hanteert Vlaanderen een systematiek waarbij er intensief wordt gemeten (zowel grondmonsters als waterkwaliteit) op bedrijfsniveau. Maakt een bedrijfsspecifieke derogatie kans in Nederland? Andere landen, zoals Ierland en Denemarken werken met een maximaal aantal diereenheden per hectare, en hebben ‘grondgebondenheid’ in hun derogatieafspraken opgenomen. Het comité wil op dit moment niet vooruitlopen op een volgende derogatie voor Nederland, maar geeft aan dat hier mogelijkheden liggen. Zij adviseert de veehouderijsector zich goed te informeren in die landen, hoe deze de derogatie hebben geregeld, alvorens een plan van aanpak op te stellen.

Op basis van de bevindingen van het Nitraatcomité, het benodigde tijdspad en de procedures die nog gevolgd moeten worden, acht de DDB en ludK de kansen voor toekennen van een nieuwe derogatie voor 1 januari 2018, minimaal.